|
Les 3: Geen vlieg kwaad doen |
||||
| Insekten hebben zes poten. Hun lichaam bestaat uit een kop, een borststuk en een achterlijf.
Deze drie delen zijn weer verdeeld in schijfjes of segmenten. Insecten hebben geen botten, maar een dikke, harde huid van chitine. We noemen dat een uitwendig skelet.
Vliegen kunnen tegen een gladde ruit omhooglopen. Ze kleven zelfs ondersteboven aan het plafond.
Dat vind je geen wonder meer als je naar hun poten kijkt. Elke poot heeft klauwtjes en zuignapjes, een soort spikes met
spekzolen dus.
Niet alle insecten hebben zulke poten. Een sprinkhaan heeft grote springpoten en een waterschorpioen echte grijppoten.
Een huisvlieg is ook een prima vlieger. Zijn vleugels gaan wel 300 maal per seconde op en neer. Dat maakt dat zoemende geluid.
De meeste insecten hebben vier vleugels. Toch hebben vliegen er maar twee. De vleugels daarachter
zijn veranderd in een soort knotsjes. Hiermee houden ze zich tijdens het vliegen in evenwicht. Bij de langpootmug kun je die knotsjes goed zien.
Bij kevers zijn de twee voorste vleugels veranderd in harde schilden. Insecten ruiken met hun voelsprieten.
Bij de vlieg zijn dat die kleine sprietjes voor op z'n kop. Voelsprieten zijn er in allerlei soorten en maten.
De kop van de vlieg is eigenlijk een en al oog.
Twee grote, roodbruine bollen kijken je aan. Daar tussenin zitten nog drie piepkleine oogjes. Je kunt ze bijna niet zien. Zo'n grote bol bestaat
uit duizenden lenzen. Zo'n samengesteld oog noemen we een facetoog. Daarmee ziet een vlieg
de omgeving als een soort mozaïek. Maar hij heeft je toch drommels snel in de gaten!
|
Een vlieg is een echte likkepot. Hij kan niet bijten of steken. Alles wat zoet is, likt hij op met zijn zuigsnuit. Dat is
eigenlijk een uitgegroeide onderlip, een soort slurf. Vliegen kunnen ook suikerkorrels oplikken.
Die maken ze eerst vloeibaar met wat speeksel. Na het eten komt dat voedsel terug in de bek, samen met nieuw speeksel. Dan wordt het opnieuw verteerd, net als bij een herkauwende koe. Vaak blijft er bij dat herkauwen een beetje vliegespuug achter. Dat zijn de vieze "vliegepoepjes" op de ruiten.
Vliegen leggen honderden eitjes, het liefst in poep of dode dieren. Na een dag komen er witte wriemelende maden uit.
Die hebben geen pootjes en nauwelijks een kop. Ze beginnen onmiddellijk te vreten en groeien als kool. Na een week verpoppen ze zich en na weer een week
zijn er jonge vliegjes. En binnen een week leggen die ook al weer eitjes. Begrijp je nou waar al die vliegen vandaan komen?
|
Al eeuwenlang komen bij ons vliegen voor. Zij komen op ons voedsel af, al hebben
wij ze niet uitgenodigd. Vliegen zijn niet de enige ongewenste gasten. Veel dieren zoeken bij ons voedsel warmte en beschutting.
Sommige daarvan willen we beslist niet in huis hebben. Ook in de land- en tuinbouw komen schadelijke insecten voor. Soms zijn ze zo talrijk, dat we spreken van een plaag.
Rupsen kunnen in een ommezien alle boerenkoolplanten kaalvreten. Deze insecten worden daarom bestreden, vaak met gif. Het gif hoopt zich op in de dieren. Koolmeesjes eten dus
rupsen met gif. Sperwers eten koolmeesjes en krijgen daarmee dus het gif van al die rupsen binnen. Daar gaat een sperwer aan dood. Dat gif tegen de rupsen doodt
dus niet alleen rupsen! Soms worden insecten ongevoelig voor het gif. Dan moet er een zwaarder middel gevonden worden.
Gelukkig zijn er al veel vergiften verboden. Er zijn betere manieren! Bladluizen in je tuin kun je bestrijden met lieveheersbeestjes. In de tuinbouw bestrijden ze
rupsen met sluipwespen. Ook worden er van schadelijke insecten onvruchtbare mannetjes gekweekt. Als deze losgelaten worden bij de vrouwtjes, komen er geen eitjes meer.
Dit noemen we biologische bestrijding.
|
||
1. Beantwoord de volgende vragen over de leestekst
1. Hoe vaak gaan de vleugels van een huisvlieg per seconde op en neer?
2. Waarmee ruiken insecten?
3. Hoe wordt het samengesteld oog van een vlieg genoemd?
4. Waarom is een vlieg geen frisse jongen?
5. Wat zijn maden?
-------------
2. Beantwoord de volgende vragen via de links in de leestekst
1. Hoe heet de heide waar deze sprinkhaan op zit?
2. Hoe haalt de waterschorpioen adem?
3. Noem enkele soorten vliegen.
4. Wat zuigt de mannetjeslangpootmug?
5. Welke zangers slaat de vrouwtjessperwer?
-------------