Les 30: Leven op het wad
-------------

De Waddenzee is heel bijzonder. Bij eb kun je er lopen en bij vloed kun je er varen. Dat stijgen en dalen van het water heet het getij. Twee keer per dag stroomt een ongelooflijke hoeveelheid water de Waddenzee binnen. Zes uur later, bij eb, stroomt die hele zee weer leeg. Dat gebeurt dag in dag uit, jaar na jaar. In de Noordzee monden veel rivieren uit. Ze voeren een massa zand en slib mee uit de bergen. De vloedstroom voor de kust voert dat zand en slib door de zeegaten de Waddenzee binnen. Op het wad wordt de vloedstroom geleidelijk aan minder sterk. Het zand en slib zakken dan naar beneden. Het zware zand zakt het eerst en daarna zakken de fijne slibdeeltjes. In dat slib zitten ook veel resten van dode planten en dieren. Die resten vormen het voedsel voor het plankton. Plankton bestaat uit heel kleine plantjes en diertjes. Garnalen, wormen en schelpdieren eten plankton. En die worden op hun beurt weer gegeten door krabben en kleine vissen. Kleine vissen worden door grote vissen gegeten en krabben door meeuwen. Zeehonden en mensen ten slotte eten grote vissen. Al deze dieren vormen een voedselketen. Om één zeehond in leven te houden is er heel wat plankton nodig. Daarom noemen we zo'n voedselketen ook wel een voedselpiramide. In de wadbodem komen allerlei soorten dieren voor. Wadpieren graven U-vormige gangen. Zij "eten" zand en slib en zeven het plankton eruit. Het schone zand wordt op mooie hoopjes weer uitgepoept op het wad.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zeeduizendpoten graven allerlei gangen door de bodem. Het nonnetje is een schelpdier dat in de wadbodem leeft. Om aan voedsel te komen steekt hij twee slurfjes boven de grond. Hierdoor gaat het water mét plankton naar binnen en zónder plankton weer naar buiten. Mosselen leven in grote groepen op de wadbodem. Ze zitten met draden aan elkaar vast en vormen zo een mosselbank. Zij doen hun schelp bij vloed een klein kiertje open. Zo zuigen zij het water met plankton naar binnen. Voor kleine en jonge vissen is de Waddenzee een luilekkerland. De bodem zit vol met voedsel en er zweeft overal plankton rond. Noordzee-vissen, zoals de schol en de haring, gebruiken de Waddenzee daarom graag als kinderkamer. Als de visjes groot genoeg zijn, trekken ze naar de Noordzee. Toch is het leven in de Waddenzee niet gemakkelijk. Bodemdieren en vissen ademen door kieuwen. Ze kunnen er absoluut niet tegen om op het droge te liggen. 's Zomers wordt het water dat bij eb in de plassen achterblijft erg warm. En als het stormt, is het moeilijk om op je plaats te blijven. Bovendien zijn de planten en dieren op het wad gewend aan zout zeewater. Maar bij een flinke stortbui komen er op het drooggevallen wad ineens zoetwaterplassen te staan. Daar moet je als wadbewoner maar tegen kunnen.













 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het wad vormt een gedekte tafel voor vogels. Tijdens de vogeltrek komen veel vogels op het wad uitrusten en flink eten. De lange trektocht kost veel energie. Zonder Waddenzee zouden ze de reis niet overleven. Iedere vogel heeft zijn eigen voedselvoorkeur. Daarvoor hebben de vogels speciaal bestek: hun snavels. Grutto's en wulpen hebben lange, priemvormige snavels. Daarmee prikken ze voortdurend in de wadbodem op zoek naar wadpieren en zeeduizendpoten . Slobeenden gebruiken hun snavel als zeef. Een scholekster hakt met zijn stevige, beitelvormige snavel de sluitspier van een mossel door. De mossel kan dan niet meer dichtklappen en de scholekster eet de inhoud op. Langs de randen van de Waddenzee wordt veel slib neergelegd. Laagje voor laagje wordt het land daar hoger en hoger. Het stroomt slechts zo nu en dan onder. Deze buitendijkse gronden heten kwelders. Ze zijn begroeid met planten die tegen zout water kunnen. Meeuwen, scholeksters en sterns broeden op de kwelders. Het is er lekker rustig en het eten is vlakbij. Het water van de Waddenzee is sterk vervuild. Dat vuil komt van fabrieken die hun afval lozen op de Rijn. In dat afvalwater zitten lood, zink, cadmium en PCB's. Die troep stroomt uiteindelijk allemaal de Waddenzee binnen. Daar leggen vissen en zeehonden het loodje bij! Het waddengebied wordt nog door veel meer dingen bedreigd. De Waddenzee is een groot internationaal natuurgebied. Als dit gebied verdwijnt, verdwijnen ook diverse vogelsoorten voorgoed. Daarom moet de Waddenzee beschermd worden!

 

 

 

 

 

 

 





1. Beantwoord de volgende vragen over de leestekst:

1. Hoe heet het stijgen en dalen van het water?

2. Wat voeren de rivieren mee naar de zee?

3. Waarom is het leven in de Waddenzee niet gemakkelijk?

4. Hoe heten de buitendijkse gronden?

5. Waar leeft het nonnetje?
-------------




2. Volg de links en beantwoord de volgende vragen:

1. Waarom is de Waddenzee zo bijzonder?

2. Wat heeft plankton met gas en aardolie te maken?

3. Welke soorten zeehond leven in de Waddenzee?

4. Op wat voor harde ondergrond leeft de mossel?

5. Hoe wordt een zeeduizendpoot ook wel genoemd?
-------------