Onze groepen

onderbouw
middenbouw
bovenbouw
groep 1/2A (juf Mandy) groep 3A (juf Anne en juf Jeannette) groep 6A (juf Annie en juf Martine)
groep 1/2B (juf Barbera en juf Sanne) groep 3B (juf Richelle en juf Sandra) groep 6B (juf Anneke en juf Tineke)
groep 1/2C (juf Lisette en juf Mirjam) groep 4A (meester Bob) groep 7A (meester Pieter en juf Mariëlle)
groep 1/2D (juf Suzanne en juf Nadine) groep 4B (juf Irma en juf Mildred) groep 7B (meester Mike)
  groep 5A (juf Edna en meester Rob) groep 8A (juf Barbara en juf Mariëlle)
  groep 5B (juf Alrike en meester Rob)

Obs Erasmus start het schooljaar 2011-2012 met vijftien groepen. Het leerlingenaantal per groep is sterk wisselend. De kleutergroepen zullen in de loop van het schooljaar groter worden. De school werkt grotendeels met homogene jaargroepen. Dat betekent dat kinderen, behorend tot hetzelfde leerjaar, bij elkaar in een groep zitten. De kleutergroepen bestaan voornamelijk uit heterogene groepen (4-, 5- en 6-jarigen). Er wordt zowel klassikaal, in (niveau)groepen, als individueel gewerkt. Na de uitleg werken de leerlingen in hun eigen tempo of op hun eigen niveau verder. De leraar houdt rekening met onderlinge verschillen tussen de kinderen. Kinderen die extra aandacht nodig hebben, krijgen aangepaste programma's en individuele begeleiding van de leerkrachten en ook van de remedial teacher.

Hoeken en groepen is een werkvorm die wij toepassen in de groepen 1 en 2. Deze didactische werkvorm is een manier van zelfstandig werken waarbij de kinderen verschillende opdrachten krijgen. Deze werkvorm wordt incidenteel toegepast in andere groepen. Bij die kleuters werken wij ook met een bord "arbeid naar keuze". Ieder kind heeft een eigen symbool, dat op dat bord onder de activiteit/hoek van de eigen keuze wordt gehangen. Het kind leert hiermee zelfstandig te worden, omdat

De leraar hoeft met dit systeem minder te regelen, waardoor hij/zij meer tijd heeft om individueel met een kind te werken. In de gehele school bestaat de afspraak dat, wanneer de leraar een bepaald symbool voor de klas hangt, de leerlingen even niets aan de leraar kunnen vragen en hun probleempjes zelf moeten proberen op te lossen. Deze periodes duren niet langer dan ongeveer twintig minuten. De leraar kan zich dan met individuele leerlingen bezighouden. Het zelfstandig werken verhoogt de algemene zelfstandigheid van de kinderen. Door deze werkhouding zijn ze beter in staat om individuele leerroutes te volgen.